Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Het Venetië van de 16e en 17e eeuw staat bekend als de stad zonder opstanden: in kilometers archief is vrijwel niets te vinden over onrust en protesten in die periode. Maar klopt dat beeld wel? Historicus Maartje van Gelder ontdekte dat de Venetianen vooral heel goed waren in het gladstrijken van de geschiedenis. ‘Stiltes en gaten in een archief zeggen minstens zoveel als wat er wél staat.’
Maartje van Gelder (foto: Bob Bronshoff)
Maartje van Gelder (foto: Bob Bronshoff)

Het begon allemaal toen Maartje van Gelder jaren geleden, tijdens een onderzoek naar graanhandel in het vroegmoderne Middellandse Zeegebied, brieven las van buitenlandse diplomaten in Venetië. ‘Daarin kwam ik verslagen van opstanden tegen, terwijl Venetië in de 16e en 17e eeuw juist bekend stond als ‘La Serenissima’, de stad zonder protesten. De vondst verbaasde me, en frustrerend genoeg kon ik die informatie ook niet terugvinden in het Venetiaanse archief zelf.’

Maar uiteindelijk vond de onderzoeker toch wat aanknopingspunten: ‘Ik kon in het archief bijvoorbeeld zien dat over sommige besluiten van het stadsbestuur wel heel vaak gestemd was – wat wijst op onenigheid – en dat dat precies overeenkwam met de momenten van onrust die ik vond in brieven van buitenlandse diplomaten.’

Woedende scheepsbouwers

En zo ontdekte Van Gelder dat het beeld van Venetië als vredige stad totaal onjuist was. ‘Er waren wel degelijk veel opstanden,’ vertelt ze, ‘van grootschalige voedselprotesten op het Piazza San Marco tot bestormingen van overheidsgebouwen door woedende scheepsbouwers. De Venetianen zijn er alleen heel goed in geslaagd dit allemaal weg te houden uit het archief. Wat ze op schrift stelden, was een opgeschoonde versie van de werkelijkheid. De protesten zijn weggemoffeld uit de geschiedenis; een heel geslaagde pr-move.’

De vraag van wie de geschiedenis is, en hoe wordt bepaald welke informatie men doorgeeft of juist vernietigt, vind ik fascinerend.

‘Venetië had er veel belang bij om de suggestie van rust in stand te houden’, legt de historicus uit. ‘In de vroegmoderne tijd was het een van de grootste steden van Europa, maar wat altijd bij de Venetianen bleef knagen, was dat de stad geen Romeins verleden had: in de Romeinse tijd bestond Venetië nog niet. Bovendien had de stad een ingewikkeld, republikeins besturingssysteem, waardoor het een moeizame balanceeract was om iedereen tevreden te houden. Uit die twee nadelen ontstond een soort mythevorming, waarbij Venetië zich ging profileren als de meest serene stadstaat – de enige die nooit te maken had met interne opstanden. Dat was tegelijkertijd een diss naar andere grote steden als Rome en Florence, waar het vaak onrustig was.’

Maartje van Gelder (foto: Bob Bronshoff)
Maartje van Gelder (foto: Bob Bronshoff)

Stiltes in het archief

De vermeende rust in Venetië zou komen door goed bestuur en doordat voedselvoorziening op orde was, vertelt Van Gelder. ‘Maar dat blijkt allemaal niet te kloppen. De Venetianen waren niet zozeer beter in het voorkomen of onderdrukken van opstanden, maar vooral in het bestendigen van een papieren ideaal. De vraag van wie de geschiedenis is, en hoe wordt bepaald welke informatie men doorgeeft of juist vernietigt, vind ik fascinerend. Stiltes en gaten in het archief kunnen net zoveel zeggen als wat er wél staat. Ik zie zelfs hoe dit vandaag de dag nog doorwerkt: ook nu nog vinden veel historici het moeilijk te geloven dat het er in Venetië helemaal niet zo rustig aan toeging.’

Voedselprotesten in de Kleine IJstijd

Onlangs kreeg Van Gelder van NWO een Vici-subsidie toegekend voor haar project Dagelijks Brood, waarin ze gaat voortbouwen op haar onderzoek naar voedselprotesten in Venetië. ‘In dit nieuwe project gaan we kijken naar voedselprotesten in Nederlandse, Italiaanse en Osmaanse steden in de periode tussen 1500-1800’, vertelt ze. ‘Door klimatologische veranderingen in die tijd – ook wel Kleine IJstijd genoemd – waren de winters kouder, en waren er afwisselend periodes van hevige regenval of juist grote droogte. Dat veroorzaakte misoogsten, hongersnoden en stijgingen van de broodprijzen. Hoe kwam men daartegen in opstand, op die verschillende plekken, en wat was de rol van vrouwen daarin?’

De rol die vrouwen speelden in voedselprotesten is lange tijd gezien als logisch uitvloeisel van hun huishoudelijke taken.

Het project gaat over hoe mensen zonder macht de politiek probeerden te beïnvloeden, vertelt de historicus, maar ook over hoe we geschiedenis schrijven. ‘Hoe werd er geschreven over vrouwen, die vaak vooropliepen in de protesten? Wij gaan uitzoeken in hoeverre hun verhalen in de geschiedenis zijn opgenomen, of daar juist uit zijn weggelaten. In historisch onderzoek is de rol die vrouwen speelden in voedselprotesten lange tijd gezien als logisch uitvloeisel van hun huishoudelijke taken: vrouwen gingen naar de markt en naar de bakker, en waren dus ook degenen die de straat opgingen bij voedselschaarste. Maar door het zo te bekijken, reduceer je het protesteren tot een huishoudelijke actie. Volgens mij lag dat echt anders, en waren hun protesten wel degelijk politiek.’

Verbinding met het heden

Het project gaat ook over hoe steden omgingen met de gevolgen van klimaatverandering, en hoe voedselschaarste leidde tot conflict en protest – thema’s die onverminderd actueel zijn. Om nog meer de verbinding met het heden te zoeken, is Van Gelder van plan workshops te organiseren, onder meer met beleidsmedewerkers van de Food and Agriculture Organization van de Verenigde Naties.

‘Het lijkt me interessant om te zien of zij op dezelfde manier kijken naar die wisselwerking tussen voedseltekort, verzet en gender, of juist heel anders. Ik ben heel benieuwd wat er gebeurt als we vanuit die verschillende invalshoeken samen naar dezelfde fenomenen gaan kijken, en wat dan de vervolgstappen zouden kunnen zijn.’ 

Dr. M. (Maartje) van Gelder

Faculteit der Geesteswetenschappen

Geschiedenis